Deze website maakt gebruik van cookies. Lees meer in de disclaimer. akkoord

 

Menu

volgende paginavorige paginaterug naar dashboardSchoolgids

 13/26 

3.6 Zorg voor de leerlingen

We vinden het belangrijk dat onze leerlingen een plezierige schooltijd hebben en dat ze alle mogelijkheden hebben om een diploma te behalen. Daarom betekent voor ons goed onderwijs ook extra zorg geven aan leerlingen wanneer dat nodig is.

Mocht uw kind (leer)problemen hebben, dan is het verstandig ons hiervan op de hoogte te stellen. Er zijn talloze zaken die goede prestaties van leerlingen in de weg kunnen staan, zoals faalangst of (veranderende) gezinsomstandigheden.

Hieronder geven wij in het kort aan welke begeleidingsvormen wij kennen en wat ze precies inhouden.

  • mentor

Iedere klas heeft een mentor, een leraar die speciale zorg voor de leerlingen in zijn mentorklas heeft. Voor alle leuke en vervelende zaken die leerlingen op en rondom school tegenkomen, kunnen ze bij hun mentor terecht. De mentor geldt als het eerste aanspreekpunt voor leerlingen (en hun ouders). Als geen ander heeft deze mentor invloed op het reilen en zeilen van een klas en de individuele leerlingen in die klas. Daarom heeft hij/zij niet alleen regelmatig overleg met zijn leerlingen tijdens studie- en mentoruren, maar ook met andere docenten van deze leerlingen. Verder onderhoudt de mentor de contacten met u als ouders, gaat hij mee met excursies en werkweken en vervult hij tijdens de rapportvergaderingen van zijn klas een hoofdrol.

Om de overgang naar De nieuwe Havo zo soepel mogelijk te laten verlopen, besteden mentoren in de brugklas in de eerste paar weken extra tijd hieraan in de mentorlessen. Mentoren kunnen hun leerlingen zo vertrouwd maken met de school, hun klas, de nieuwe vakken en de nieuwe manier van werken. Daarna zijn de mentorlessen voornamelijk bedoeld om leerlingen studievaardigheden en sociaal-emotionele vaardigheden aan te leren en is er tijdens deze lessen tijd voor speciale gastlessen en/of projecten.

  • leerlingcoaches

De coaches zijn docenten die geëquipeerd zijn om extra zorg te kunnen bieden aan leerlingen. Zij worden ingeschakeld bij problematiek die de mentor overstijgt. Het gaat dan om enkelvoudige problematiek die op een oplossingsgerichte wijze wordt aangepakt. Zij hebben de mogelijkheid om lang- en kortdurende trajecten met leerlingen aan te gaan op laagdrempelige basis en indien wenselijk op vertrouwelijke basis naar individuele behoefte. De coaches zijn onderdeel van zowel het docenten- als het zorgteam en hebben ieder hun eigen expertise. Zij leggen verantwoording af aan de zorgcoördinator en de teamleider.

  • decaan

De decaan geeft voorlichting over vervolgopleidingen, pakket- en beroepskeuze. Zij organiseert excursies naar bedrijven en onderhoudt contacten met diverse vervolgopleidingen. Leerlingen in de bovenbouw kunnen gebruik maken van de diensten van de decaan. Het gaat hierbij om school- en keuzetests, hulp bij pakket- of studierichtingkeuze en informatie over vervolgstudies en beroepen. De contactgegevens van onze decaan vindt u achterin de schoolgids.

  • vertrouwenspersonen

Iedere vakdocent is ook begeleider. Hij draagt vakkennis over en heeft aandacht voor de leerling als persoon. Voor dat laatste is binnen het lesrooster soms weinig tijd en ruimte. Leerlingen vinden het daarom weleens moeilijk de vakdocent aan te spreken op andere zaken dan het schoolwerk, terwijl zij toch behoefte hebben aan een gesprek. Zij kunnen dan naar hun mentor stappen. Soms heeft het gespreksonderwerp echter een zo vertrouwelijk karakter, dat leerlingen behoefte hebben aan ’specialisten’. Via de vakdocent, mentor of teamleider kunnen ze dan een afspraak maken de vertrouwenspersonen.

Informatie die de vertrouwenspersonen krijgen, leidt alleen na overleg met de betrokkene tot acties waarbij andere hulpverleners betrokken kunnen worden. De school heeft echter wel een wettelijke meldingsplicht bij het bevoegd gezag als er op het gebied van seksuele intimidatie een klacht is over een medewerker van de school. De contactgegevens van onze vertrouwenspersoon vindt u achterin de schoolgids.

  • zorgcoördinator

De zorgcoördinator is voor het zorgsysteem binnen de school verantwoordelijk. Wanneer de resultaten van een leerling achterblijven of de leerling valt in sociaal opzicht op, kan de mentor, na overleg met de teamleider, contact opnemen met de zorgcoördinator. In overleg met de mentor en/of de teamleider kunnen we u uitnodigen om dit te bespreken. Verder organiseert de zorgcoördinator hulp(verlening) binnen of buiten de school. De contactgegevens van onze zorgcoördinator vindt u achterin de schoolgids.

  • ouder- en kindteam

De Ouder- en Kindteams bieden in Amsterdam laagdrempelige jeugdhulp en jeugdgezondheidszorg. Zij werken daarbij nauw samen met diverse partners, om zo de beste ondersteuning en hulp te garanderen. De ouder- en kindadviseurs, jeugdverpleegkundigen, jeugdartsen en jeugdpsychologen zorgen dat bij de eerste vragen en signalen, direct in de eigen omgeving ondersteuning is. De ondersteuning varieert van tips, een adviesgesprek, training, jeugdhulp -inclusief een behandeling van een jeugdpsycholoog-; dit alles is in een team dat in de wijk en op school beschikbaar. De Ouder- en Kindteams benutten actief de eigen kracht van gezinnen en de informele netwerken in de wijk. Als er meer nodig is, verwijst het Ouder- en Kindteam, in overleg met het gezin, tijdig naar specialistische zorg. Aan iedere school in het regulier, speciaal en particulier onderwijs (zowel in het primair en voortgezet onderwijs als op het MBO) is een vaste eenheid van ouder- en kindadviseur, jeugdarts, jeugdverpleegkundige en jeugdpsycholoog verbonden. Zij werken nauw samen met de intern begeleider of zorgcoördinator van school en nemen deel aan het zorgoverleg.
Net als de werkwijze in het ZAT wordt ook hierbij een privacyreglement gehanteerd. U kunt het privacyreglement opvragen bij de ondersteuningscoördinator van de school.

  • ouder- en kindadviseur

Als er zorgen zijn over een leerling of zijn/haar gezinssituatie en school kan vanuit de interne zorgstructuur onvoldoende bieden, dan betrekt de intern begeleider/zorgcoördinator de ouder- en kindadviseur. Zo sluit het Ouder- en Kindteam aan op de zorgstructuur van school. Hoe eerder dit gebeurt, hoe eerder het gezin de juiste hulp of ondersteuning krijgt. Wij stimuleren de ouders om school te (blijven) informeren en te betrekken bij de samenwerking, zodat de zorg in de klas en thuis goed op elkaar afgestemd zijn.

  • zorg advies team (ZAT)

Het Zorg Advies Team (ZAT) bespreekt leerlingen die extra aandacht nodig hebben. Het is de taak van dit team om leerlingen die problemen hebben met raad en daad bij te staan. In dit team zitten ook externe deskundigen, zoals de jeugdarts, de leerplichtambtenaar en de ouder- en kindadviseur. Dit begeleidingsteam komt iedere zes weken voor overleg bij elkaar. Is een andere opleiding, school of hulp gewenst, dan zal de zorgcoördinator in overleg met de teamleider contact met u opnemen.

  • jeugdgezondheidszorg en GGD

Aan onze school zijn een jeugdarts en een jeugdverpleegkundige verbonden. Zij houden regelmatig spreekuur op school en kunnen leerlingen voor een onderzoek oproepen. De school heeft met de GGD afspraken gemaakt om leerlingen die frequent of langdurig ziek gemeld worden, aan te melden voor het ziekteverzuimproject. Als ouders de oproep van de schoolarts negeren, moet de school de leerplichtambtenaar hiervan op de hoogte stellen. Leerlingen en ouders kunnen met de zorgcoördinatoren contact opnemen als zij een afspraak wensen.

Alle leerlingen in de tweede klas van het voortgezet onderwijs krijgen een preventief gezondheidsonderzoek (PGO) aangeboden. U krijgt hierover van tevoren bericht. Als u dat wilt, kunt u als ouder bij dit onderzoek aanwezig zijn. De leerlingen vullen voorafgaand aan dit onderzoek in de klas een vragenformulier in.

Als woonachtige in Amsterdam kunt u ook gebruikmaken van de GGD in Amsterdam. Zij heeft tot taak de gezondheid van de jeugd te bevorderen. De GGD staat klaar voor leerlingen die behoefte hebben aan een vertrouwelijk gesprek, bijvoorbeeld over dingen die ze onzeker maken, seksualiteit, veilig vrijen, roken, etc. Ook ouders met vragen over opvoeding, gezondheid of ontwikkeling van hun kind kunnen bij de GGD terecht voor een gratis vertrouwelijk gesprek.

Bezoekadres: Wingerdweg 52, 1032 AN Amsterdam
Telefoon: (020) 555 56 36
E-mail: wingerdwegvo@ggd.amsterdam.nl
Jeugdarts KNMG i.o.: Mevr. M. Harskamp- van Ginkel
Jeugdverpleegkundige VO & medewerker projectteam chat 4-12 jr.: Mevr. S. Ritsema

  • training voor leerlingen met faalangst

Leerlingen met faalangst kunnen soms op school, anders extern een speciale training volgen. Tijdens deze training leren ze in groepsverband met de negatieve gevolgen van faalangst om te gaan. Ook zijn er individuele gesprekken mogelijk met een docent die veel verstand heeft van faalangst. Informatie is aan te vragen via de mentor.

  • ondersteuning/RT-lessen

Bij alle leerlingen toetsen we de vorderingen in begrijpend lezen, spellingvaardigheid en de basisvaardigheden rekenen. Indien er achterstanden zijn wordt de leerling ingedeeld bij de steunlessen. Deze worden in de school op een vast uur in de week gegeven.

  • dyslexie

Indien bij uw kind een gemiddelde of ernstige vorm van dyslexie is geconstateerd en er een dyslexieverklaring is afgegeven, krijgt uw kind een faciliteitenkaart. Zo weten docenten dat er bij de afname van toetsen, overhoringen, examens en overgang speciale regels gelden. Afhankelijk van aard en ernst van de handicap komt de GZ-psycholoog of orthopedagoog met aanbevelingen, bijvoorbeeld:

  • de leerling kan meer tijd krijgen voor het maken van een werk of toetsen (dat kan zelfs gelden voor luistertoetsen);
  • de leerling kan gebruik maken van toetsing in grootschrift, in kleur of via daisyspelers;
  • er wordt rekening gehouden met spellingproblemen, zowel bij Nederlands, als bij Engels, Frans en Duits;
  • het gebruik van spellingcontrole wordt toegestaan.

Het is mogelijk dat de geconstateerde vorm van dyslexie geen concrete problemen oplevert of dat uw kind niet gebaat is bij de maatregelen die wij als school kunnen nemen. In dat geval wordt er geen verdere begeleiding en/of preventieve remediëring gegeven. Neemt u voor meer informatie contact op met de teamleider.

Bij dyslexie zal de inspectie examentijdverlenging toestaan. Hiervoor is een officiële dyslexieverklaring nodig. De leerling moet kunnen aantonen dat er maatregelen vanuit de school getroffen zijn en welke die zijn. Als er tijdens de lessen verlenging is gegeven, zal de verlenging bij het examen daarbij aansluiten.

Onze dyslexiespecialist is mevr. T. Schouten.